EEN STRAATJE OM (41)

door Wil Vennix

In de jaren 1985-1986 publiceerde Deusone de serie‘Een straatje om’, waarin toenmalig redacteur Wil Vennix de betekenis van onze straatnamen belichtte. In 1987 werden de artikelen gebundeld in een boekje. Sindsdien zijn in Baarschot, Haghorst en Diessen diverse nieuwe straatnamen vastgesteld, waarvan Wil telkens in dit blad de achtergrond toelicht.

Op 6 april 2010 hebben burgemeester en wethouders de straatnamen vastgesteld voor de Diessense uitbreidingswijk Vroonacker III. Zoals gebruikelijk heeft de Heemkundige Kring suggesties voor straatnamen aangedragen. In de lijn van eerdere adviezen zocht de Kring het in oude toponiemen (akkernamen): Vierkant Stuk, Langleeke, Schildeke, Fokke veldeke, Vlierbosch, Nachtegaal, Verloren Hoeck en Gersteman.
De leden van het starterscollectief Toekomstig Wonen Diessen (TWD) voelden niet voor deze historische namen en hebben een eigen voorstel gedaan. Zij hebben het in een geheel andere hoek gezocht. Omdat hier tot voor kort de volkstuintjes lagen, hebben ze namen geselecteerd van ‘vergeten groenten’. Bewust is ervoor gekozen de achtervoegsels -straat, -laan en dergelijke weg te laten. Het resultaat is een tamelijk uniek lijstje straatnamen, zie hierna. Het zijn zeker geen specifiek Diessense namen, maar gelukkig ook geen namen die we in het hele land kunnen tegenkomen. Een tweede lijstje met suggesties was geïnspireerd op de naburige dierenartsenpraktijk en telde namen als Hazenpad, Slakkengang, Ganzenpas en Haasje Over. Ook origineel, maar tevens tamelijk gekunsteld als je het mij vraagt. De meeste leden van TWD kozen dan ook voor de vergeten groenten en het Belangenorgaan Diessen ondersteunde die keuze van harte.
Het college heeft dit voorstel overgenomen en heeft uit de voorstellen van TWD de hierna volgende acht straatnamen gekozen. Afgevallen zijn: Huttentut, Eeuwige Moes, Rapoenselklokje en Kangkung.
132. Ramanas
Deze naam is onjuist gespeld, het moet namelijk ‘rammenas’ of ‘ramenas’ zijn, ‘ramanas’ bestaat niet. De rammenas (Raphanus sativus subsp. niger) is een plant uit de kruisbloemenfamilie. De plant komt oorspronkelijk uit het oostelijke deel van het Middellands Zeegebied en werd al 4000 v.Chr. door de Oude Egyptenaren geteeld. De rammenas is al afgebeeld op veel Egyptische wandschilderingen en graven. Er zijn door de jaren heen veel verschillende vormen en kleuren geselecteerd. In Nederland wordt rammenas weinig geteeld, maar in Duitsland is het een belangrijk gewas. De rammenas verschilt van de radijs doordat de laatste een stengelknol en rammenas voor het grootste gedeelte een wortelknol is. Hierdoor is rammenas milder van smaak, steviger en groter dan radijs.
Raapstelen of bladmoes (Brassica) is een groente waarvan het jonge blad en de bladstelen gegeten worden. Raapstelen worden vanaf eind oktober gezaaid en begin februari geoogst als het gewas 10 tot 25 cm lang is. Afhankelijk van het zaaitijdstip kan er tot in mei geoogst worden. Voor de liefhebber kan ook in de vollegrond worden gezaaid en geoogst tot september.
130. Schorseneer
De schorseneer (Scorzonera hispanica) wordt hedentendage minder algemeen gegeten dan vroeger, mogelijk door zijn bewerkelijkheid. Bij het schillen van de langwerpige, donkere wortels komt namelijk een kleverig melksap vrij. Deze eigenschap heeft de groente de bijnaam ‘keukenmeidenverdriet’ of ‘huisvrouwenleed’ opgeleverd. Andere bijnamen zijn ‘winterasperge’ of ‘armeluisasperge’. Schorseneren zijn een typische wintergroente, met de grootste aanvoer in februari. De schorseneer wordt na het schillen in stukjes gesneden en gekookt, met een scheutje azijn om verkleuring tegen te gaan.
De aardpeer, topinamboer of Jeruzalemartisjok (Helianthus tuberosus) wordt zowel in de siertuin als in de groentetuin gekweekt en heeft de neiging zich zo sterk uit te breiden dat gesproken kan worden van woekeren. Er zijn diverse rassen van deze plant, die onder andere in hoogte kunnen verschillen van ongeveer 1,5 m tot 3,5 m. Zoals de naam aardpeer al doet vermoeden worden de ondergrondse delen (wortelknollen) gebruikt. Er zijn vele manieren waarop de aardpeer in de keuken als groente gebruikt kan worden. Een pas geoogste
Postelein (Portulaca oleracea) is een eenjarige plant, die van nature voorkomt in India en het Midden-Oosten. De opgaande vorm van postelein wordt in Azië, Suriname en in Europa alleen in Nederland gebruikt als groente. In Iran wordt de groente al meer dan 2000 jaar gegeten. Postelein wordt 5-50 cm hoog en heeft verspreid staande, vlezige bladeren. De wilde postelein heeft liggende, gladde, roodachtige stengels en de gekweekte opgaande. Postelein vormt een penwortel. De plant bloeit in Nederland in het wild van juni tot de herfst met gele 1,2 cm grote bloemen. De plant bloeit 's morgens slechts enkele uren. De vrucht is een veelzadige doosvrucht die met een dekseltje openspringt. De zwarte zaden zijn eetbaar.

in het voorjaar geteeld wordt, omdat de plant niet winterhard is. De stoppelknol is ook een knolraap, die vroeger veel na de graanoogst gezaaid werd en aan het vee wordt gevoerd.
125. Meiraap
Meiraap, ook knolraap, meiknolletje, knol of raap genoemd (Brassica rapa) is een oude groente die in Nederland vrijwel alleen nog door de amateurtuinder en in de biologische landbouw geteeld wordt, maar bijvoorbeeld in België en Frankrijk heel gewoon is. Knolrapen worden vers gegeten en kunnen ook in salades gebruikt worden. Sommige rassen van knolraap kunnen uitgroeien tot een gewicht van ruim 1 kg. De naam meiraap duidt op het feit dat de knolraap alleen
volkstuinders
126. Pastinaak
Pastinaak, pinksternakel of witte wortel (Pastinaca sativa subsp. sativa) is een plant uit de schermbloemenfamilie. Het is een circa 20 cm lang wortelgewas met een zoete anijsachtige smaak en een crème-witte kleur. Door de lengte van de penwortel is de groente niet geschikt voor teelt op kleigronden. De pastinaak wordt doorgaans in de tweede helft van april gezaaid. Bij vroeger zaaien gaat de plant al in het eerste jaar bloeien. Pastinaak wordt pas in november geoogst. Later oogsten in december of zelfs januari is ook mogelijk, omdat de wortel in de grond niet dood vriest.
127. Rozenval
Dit is eigenlijk een vreemde eend in de bijt, want het is niet een groentesoort, maar een aardappelras. Bovendien is het ‘roseval’ in plaats van ‘rozenval’. Roseval aardappels hebben een rode schil en zijn roze dooraderd. Het is een vastkokende aardappelsoort. Vastkokende aardappelen hebben een fijne structuur en blijven bij het koken heel. Roseval aardappels hoeven niet te worden geschild.
129. Aardpeer
aardpeer is crèmekleurig tot rozerood (afhankelijk van het ras). De smaak van de knol is lichtelijk zoet, notig en heeft iets van een artisjok.
131. Raapsteel
(Informatie grotendeels ontleend aan Wikipedia; tussen haakjes staat steeds de Latijnse soortaanduiding.)
Volkstuinders op het voormalige complex aan de Holenweg, begin mei 1980. (Foto Gust de Vries).
Tjeu Bruurs of Wim Vugts, Tiny Arts of Wim van Esch, (daarachter, nauwelijks zichtbaar:) onbekend, Frans van Gestel, Toon Spaninks, Corné van Gestel, Cor van Gestel, Jan van Gestel, Theo van de Wal, Jan Spaninks, Jozef Hoosemans en Co Vugts.
128. Postelein