Is de bron van verhalen over Diessen in vroeger jaren (eeuwen) dan onuitputtelijk? Het lijkt er wel op want eind vorig jaar is deel 18 in de serie Hers en Geens dur Diessen verschenen. En wederom met een gevarieerd aanbod aan onderwerpen. Het meest in het oog springend zijn de jeugdherinneringen van Toon van Nieuwkuijk (1920 - 2007), die maar liefst 28 pagina's in het boekje beslaan.

Van Nieuwkuijk zou je een chroniqueur van het dagelijkse leven in Diessen
kunnen noemen, maar zijn waarnemingen zijn zo universeel dat ook de lezer
die niet geboren en getogen is in dit dorp, er veel uit zijn eigen jeugd in zal
herkennen. Met oog voor detail beschrijft hij de gang van zaken in vooroor-
logse jaren. Over de karige leefomstandigheden, over de zwijgzaamheid in
de familie, over de gebrekkige hygine (bedompte bedstee, water uit de put,
de plee) en het allesoverheersende godsdienstig leven.


De publicatie in Hers en Geens is gebaseerd op een boekje dat Van Nieuwkuijk
eerder in eigen beheer uitgaf en waarin hij vier episoden uit zijn jeugd be-
schreef. Dat is op zich natuurlijk al tamelijk bijzonder, want ondanks dat ieder-
een een rugzak met herinneringen met zich meetorst, zijn er maar weinig
mensen die de moeite nemen om die te ordenen en aan het papier toe te ver-
trouwen. Van Nieuwkuijk begon daar ook pas op latere leeftijd mee toen hij
besefte dat hij eigenlijk maar heel weinig wist over zijn inmiddels overleden
ouders.Met zijn geschriften wil hij zijn eigen nageslacht tegemoet komen. "Ik
hoop met deze herinneringen hun vragen voor een deel te kunnen beantwoor-
den en ik hoop hen er inzicht mee te geven in de waarden die voor mijn ouders
en mij gegolden hebben", schrijft Van Nieuwkuijk.


Mooi is zoals hij een van zijn oudste herinneringen beschrijft, het is de schets van een kleine, idyllische wereld, die wij maar al te graag koesteren. -Een der 2elukkigste ogenblikken uit mijn vroegste jeugd beleefde ik met ons moeder {Dien van Nieuwkuijk - de Laat] op een mooie zomerdag. We waren buiten achter het huis. Zij zat op de kruiwagen, haar mouwen als steeds tot de ellebogen opgestroopt. Ze schilde aardappelen. Ik speelde aan haar voeten, figuren tekenend in het zand. Dit is me steeds bijgebleven als een moment van volledige harmonie, warmte, rust en geborgenheid. Wij met zijn tween zo samen in de stilte van de zomerochtend, terwijl de bijen zoemden en Roos, onze hond, met zijn kop op zijn voorpoten lag te dromen."
Maar deze zweem van nostalgische verlangens kan niet verhullen dat het leven vroeger bikkelhard was, dat er gesappeld moest worden om rond te komen. Vader Van Nieuwkuijk verdiende de kost als schoenlapper, daarom had hij in Diessen de bijnaam `Harrie Lap'. Maar hij werkte daarnaast ook bij de Boerenbond in het pakhuis. De fabriek, dat was niks voor hem, schrijft zoon Toon. Maar het was vooral zijn moeder die ondernemend was, zij kwam met het plan om te gaan boeren, zij had een boerenhart. Stap voor stap zetten ze een boerenbedrijf op, ondanks dat er fmancieel
geen enkele basis voor was.

De moeder van Toon was een doorzetter, `dat zij aan het roer stond lijdt geen twijfel'. Dat bleek in 1932 toen een conflict ontstond doordat het burgerlijk armbestuur een stuk grond terugvorderde, dat de familie Van Nieuwkuijk al tientallen jaren in bruikleen had. Het verlies van dit stuk grond betekende een forse aderlating voor het
gezin. Het was zijn moeder die besloot een advocaat te raadplegen, zijn vader was geen vechter. Toon was als kind getuige van dat gesprek, maar kon er zich weinig van voor de geest halen. Wel dat de familie Van Nieuwkuijk juridisch geen poot had om op te staan. Ze hadden de tegenslag maar te aanvaarden.

Herkenbaar is dat talent zelden (h)erkend werd als het een kind uit een boeren- of arbeidersgezin betrof. Toon van Nieuwkuijk had een behoorlijk stel hersens en kon, als hij er tenminste zin in had, goed meekomen op de lagere school. Zoals hij zelf schreef: 'Verstandelijk was ik goed, kon ik iedereen aan. Een goed geheugen, eentraag maar goedwerkend verstand'. Lichamelijk marcheerde het wat minder bij Toon, zijn omgeving zag hem als een stijve hark. In het dialect: Hij was niet niet gezwak. Hoofdonderwijzer van der Meer zag wel dat Toon meer in zijn mars had dan de meeste van zijn klasgenoten en hij nodigde diens ouders uit voor een gesprek over `doorstuderen'. Dat wil zeggen, een vervolgopleiding na de lagere school. Wat er precies ter sprake is gebracht is Toon nooit helemaal duidelijk geworden, wel dat verder leren geen optie was voor de ouders. Ook de - goedkope - route via een frateropleiding was kennelijk niet aan de orde. Dat zou trouwens voor Toon geen uitkomst hebben geboden: 'Ik heb nooit fraters-, paters- of pastoorsbloed gehad'.
In deel 19 van Hers en Geens zullen we in deel II lezen hoe het Van Nieuwkuijk verging na de lagere school.

Andere onderwerpen die in deel 18 aan bod komen zijn een beschrijving van de geschiedenis van het befaamde Hooghuis door de eeuwen heen. Het pand is al lang geleden verdwenen, maar nog altijd een begrip. Jan van Helvoirt laat gedocumenteerd zien dat het inderdaad niet zomaar een pand was. Hans Schoenmaker doet verslag van
zijn onderzoek in de Diessense bodem, die al zoveel historisch waardevol materiaal heeft opgeleverd.
Een bijzondere bijdrage in deel 18 komt van de hand van Ad van Doormaal en Ton de Jong. Zij brengen de opvang van Oostenrijkse `bleekneusjes' tot leven, die in de naoorlogse jaren o.a. in Diessen mochten aansterken. In die periode ontstonden banden voor het leven tussen Diessense en Oostenrijkse families. En zo droegen ze onbewust hun steentje bij aan de bestendiging van de Europese vrede.
                                                               Hers en Geens dur Diessen, deel 18. 0.a. te koop bij Peter Swaanen, 8,50
                                                                                                                                               Uitgave Fotostichting Diessen


Gepubliceerd in Tussen Paradijs en Toekomst (nummer 85), het tijdschrift van de Heemkundige Kring Hilvarenbeek-Diessen.  www.heemkundigekringhilvarenbeek.nl
TUSSEN PARADIJS EN TOEKOMST, NR. 85 APRIL 2011
__________________________________________________________________

Een traag maar goedwerkend verstand

Deel 18 van Hers en Geens dur Diessen


Door Emmanuel Naaijkens
Schoolfoto van Toon van Nieuwkuijk (rechts)met zijn broer Janus.